Voor optimaal bewegen

Online afspraak maken

‘Sinds ik mijn nieuwe heup / nieuwe knie heb, heb ik het gevoel dat ik scheef sta’ 

Dit is een veelgehoorde opmerking van cliënten die een nieuwe heup of nieuwe knie gekregen hebben.  

 

‘Maar volgens de orthopeed zit de nieuwe heup er prima in. Daar ben ik natuurlijk blij mee, maar toch heb ik nog wat last en heb ik het gevoel dat ik scheef sta.’ 

 

Een verhaal uit de praktijk over een fictieve cliënt, maar herkenbaar voor velen 

 

Het is nu 9 maanden geleden dat Jan een nieuwe heup heeft gekregen. Hij wist al een tijdje dat de heup versleten was. ‘Artrose’, had de orthopeed het genoemd. Aanvankelijk wilde Jan echt niet geopereerd worden. Maar uiteindelijk liep hij steeds moeilijker waardoor hij niet meer in zijn tuin kon werken of samen met zijn vrouw de boodschappen doen. Dat was voor hem niet acceptabel en daarom besloot hij om zich te laten opereren. 

Daar had hij geen spijt van; na de operatie lukte het hem om samen met de fysiotherapeut al snel weer wat stapjes te zetten. Alles verliep voorspoedig en hij mocht snel naar huis. 

Eénmaal thuis werd de fysiotherapie voortgezet en wat later ging hij ook sporten onder begeleiding van de fysiotherapeut. Langzaam maar zeker pakte Jan alle activiteiten weer op die hij ook voor de operatie deed.  

Dat ging best goed, maar Jan had het vreemde gevoel dat hij scheef was. Ook had hij het gevoel dat hij liep met een tik’. Bij de controle in het ziekenhuis deelde Jan zijn zorgen met de orthopeed. Maar uit de röntgenfoto bleek dat de heup er prima in zat en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Dat was goed om te horen. 

Maar het gevoel van ‘scheef zijn’ bleef en inmiddels had Jan ook last van zijn knie gekregen. Hij besloot de situatie met zijn fysiotherapeut te bespreken. De fysiotherapeut adviseerde hem een afspraak bij een podotherapeut te maken.  

 

Hoe kan een verschil in beenlengte ontstaan? 

 

Een verschil in beenlengte na het vervangen van een heup of knie is niet ongebruikelijk.

In principe probeert de orthopeed de benen zo gelijk mogelijk te houden, of gelijk te maken als er voor de operatie al sprake is van een langer en een korter been. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe heup na de operatie niet snel ‘uit de kom’ schiet, kiest de orthopeed er vaak voor om het geopereerde been enkele millimeters langer te houden. 

Bij een nieuwe knie kan er een verschil ontstaan omdat het been na de operatie niet meer in de daarvoor aanwezige X- of O-stand staat, maar recht is geworden. Meestal betreft zo’n verschil maar enkele millimeters en heeft men er na enkele weken geen erg meer in; het lichaam heeft zich aan de nieuwe situatie aangepast. 

 

Wat kan de podotherapeut doen? 

 

De podotherapeut onderzoekt of er daadwerkelijk een verschil in beenlengte is, of dat het gevoel van scheef staan door de stand van de voeten veroorzaakt wordt. Maar ook kan er sprake zijn van een combinatie van factoren. 

Als er alleen sprake is van een verschil in beenlengte, wordt er vaak voor gekozen om een hakverhoging te maken. Deze hakverhoging wordt op maat gemaakt en in de schoen van het kortste been gelegd. Speelt ook de stand van de voet een rol of zijn er nog andere factoren in het spel? Dan wordt er vaak gekozen voor het maken van podotherapeutische zolen. 

U krijgt dan zowel een linker als een rechter zool, die de voetstand corrigeren en/of het verschil in beenlengte compenseren. 

Verder krijgt u een individueel schoenadvies en soms krijgt u (in overleg met de fysiotherapeut) aanvullende oefeningen mee. 

 

In het geval van Jan bleek dat er inderdaad een verschil in beenlengte was en dat de voeten tijdens het lopen wel wat correctie konden gebruiken. Voor Jan werden er dus podotherapeutische zolen gemaakt.  

Aangezien de knie ook pijnlijk was geworden, wilde Jan nog wel weten wat hier de oorzaak van was. Kon het met de scheefstand te maken hebben? Tijdens het onderzoek bleken er geen bijzonderheden aan de knie en was het aannemelijk dat de klacht veroorzaakt werd door de scheefstand. 

 

Het lichaam probeert zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Maar als dat niet goed lukt, dan kunnen andere lichaamsdelen overbelast raken, omdat ze op een andere manier dan voorheen gebruikt worden. 

Verder kreeg Jan nog het advies om ook in huis schoenen te gaan dragen, zodat hij zoveel mogelijk profijt kon hebben van de zolen. Toen Jan de zolen 6 weken droeg en voor controle kwam, bleek dan ook dat hij geen last meer had van zijn knie. Ook had hij niet meer het gevoel dat hij scheef was en de ‘tik’ die hij ervaarde tijdens het lopen, was verdwenen.  

 

Voor Jan was dit de eerste keer dat hij podotherapeutische zolen ging dragen. 

Het komt natuurlijk ook voor dat iemand al jaren zolen draagt vanwege een andere reden. Als dat het geval is en u krijgt een nieuwe knie of heup, laat dan altijd na de operatie en wanneer u weer voldoende mobiel bent, uw zolen door uw podotherapeut controleren.  

Zo weet u zeker dat uw zolen nog passen bij de nieuwe situatie en verzekert u zich van prettig bewegen!